ECLI:NL:CRVB:2002:AF2361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding en toepassing korting toeslag
Appellant voerde hoger beroep tegen besluiten van de Sociale Verzekeringsbank waarin zijn ouderdomspensioen werd herzien omdat hij vanaf juli 1997 een gezamenlijke huishouding zou voeren met zijn partner. Tevens werd een toeslag op de AOW met een korting van 84% toegepast vanwege niet-verzekerde jaren van zijn partner.
De Raad beoordeelde of appellant en zijn partner feitelijk een gezamenlijke huishouding voerden. Uit inschrijvingen in het bevolkingsregister en verklaringen bleek dat zij vanaf juli 1997 feitelijk op hetzelfde adres verbleven en in elkaars verzorging voorzagen, ondanks dat appellant aanvankelijk in een caravan zou wonen. De financiële verstrengeling en verzorging waren voldoende om van een gezamenlijke huishouding te spreken.
Verder werd geoordeeld dat de AOW-toeslag een ouderdomsuitkering is en geen gezinsbijslag, zodat bepalingen uit Verordening (EEG) nr. 1408/71 over gezinsbijslagen niet van toepassing zijn. De korting op de toeslag wegens niet-verzekerde jaren van de partner is in overeenstemming met het recht op vrij verkeer van werknemers. De Raad bevestigde daarom de bestreden besluiten en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van het AOW-pensioen en de toepassing van de korting op de toeslag.