ECLI:NL:CRVB:2002:AF1186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.M. van Male
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking bijzondere bijstand reiskosten psychologische behandeling
Appellante, onder behandeling van een medisch psycholoog in Amsterdam, ontving bijzondere bijstand voor reiskosten. Na een besluit van 25 juni 1999 werd de bijstand beperkt tot de periode tot 31 augustus 1999, met de verplichting om binnen de gemeente Den Haag een vervangende behandelaar te zoeken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante de periodebeperking, de frequentie van de behandelingen en de zoekverplichting naar een lokale behandelaar.
De Raad oordeelde dat de beperking van de bijstandperiode redelijk was, mede gelet op het positieve GGD-advies dat geldt voor maximaal een jaar. De frequentie van gemiddeld één bezoek per maand werd als redelijk beschouwd. De opgelegde verplichting om een vervangende behandelaar in de woonplaats te zoeken was eveneens geoorloofd, omdat voldoende voorzieningen in Den Haag aanwezig zijn.
De medische verklaring van een zenuwarts ter ondersteuning van appellante was onvoldoende specifiek om de verplichting te weerleggen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beperking van bijzondere bijstand en de verplichting om een lokale behandelaar te zoeken.