ECLI:NL:CRVB:2002:AF0905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot bekendmaking medicijnen bij aanvraag bijzondere bijstand
Appellant diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand in de kosten van medicijnen, welke door gedaagde niet in behandeling werd genomen omdat appellant niet binnen de gestelde termijn originele nota's aanleverde. De rechtbank had dit standpunt onderschreven, maar de Raad vernietigt dit oordeel deels omdat de wettelijke grondslag onjuist was.
De Raad stelt dat voor de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand het noodzakelijk is dat gedaagde kennis heeft van de precieze medicijnen waarvoor bijstand wordt gevraagd. Dit rechtvaardigt het verzoek om inzage in originele nota's, mede vanwege de noodzaak tot eventueel medisch advies. Het beroep op privacy slaagt niet, mede omdat geheimhouding door gedaagde is gegarandeerd.
Echter, de Raad oordeelt dat het niet noodzakelijk is dat gedaagde de originele nota's in bezit houdt, zolang appellant deze kan tonen en er kopieën worden gemaakt. Dit voorkomt onnodige inbezitneming en waarborgt een correcte beoordeling en controle.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraken en bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten en wordt appellant het griffierecht vergoed.
Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van de verplichtingen bij het aanvragen van bijzondere bijstand en de balans tussen privacy en administratieve controle.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit tot niet in behandeling nemen van de aanvraag bijzondere bijstand wegens het ontbreken van originele nota's, maar bepaalt dat inzage volstaat en dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen.