ECLI:NL:CRVB:2002:AE5918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-aanstelling ambtenaar wegens onvoldoende begeleiding tijdens proeftijd
Appellante was tijdelijk in dienst als bewaarder/p.i.w. met een verlengde proeftijd die moest leiden tot een vaste aanstelling bij goed functioneren. Na een beoordeling waarin werd geconcludeerd dat zij niet voldeed aan de functie-eisen, besloot de Minister van Justitie haar niet in vaste dienst aan te stellen en haar eervol ontslag te verlenen.
Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing en stelde dat de beoordeling die als grondslag diende, vervallen was verklaard en daarom niet gebruikt mocht worden. De Raad oordeelde echter dat het vervallen verklaren van de beoordeling niet betekent dat de daarin opgenomen kritiek onjuist was. Wel stelde de Raad vast dat de begeleiding die nodig was om appellante een reële kans op verbetering te bieden, nauwelijks had plaatsgevonden.
Daarom concludeerde de Raad dat het besluit tot niet-aanstelling niet in redelijkheid genomen kon worden en vernietigde het besluit en de eerdere uitspraak die dit in stand hield. De Minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen, waaronder ook de situatie van het inmiddels geëindigde tijdelijke dienstverband. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot niet-aanstelling in vaste dienst wordt vernietigd vanwege onvoldoende begeleiding tijdens de verlengde proeftijd.