ECLI:NL:CRVB:2002:AE5661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing benoeming terreinbewaker eerste klasse na hoger beroep
Appellanten, werkzaam als burgerambtenaar bij het Ministerie van Defensie, stelden hoger beroep in tegen de afwijzing van hun benoeming tot terreinbewaker eerste klasse. De rechtbank had de besluiten vernietigd wegens strijd met artikel 10:3 Awb Pro, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten en geen proceskostenvergoeding toegekend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de besluiten onder de uitzondering van artikel 8:4 Awb Pro vallen en beperkte zich tot een marginale toetsing van de selectieprocedure. De Raad vond geen grond om het besluit te herroepen, aangezien de selectiecommissie voldoende zicht had op het functioneren van appellanten en de afwijzing op redelijke gronden was gebaseerd.
Ook werd geoordeeld dat het ontbreken van functioneringsgesprekken en beoordelingen niet ter beoordeling stond en dat appellanten niet benadeeld waren ten opzichte van andere kandidaten. De Raad wees het verzoek tot heropening van het onderzoek af en bevestigde het vonnis zonder proceskostenvergoeding toe te kennen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van appellanten voor de functie terreinbewaker eerste klasse en wijst het hoger beroep af.