ECLI:NL:CRVB:2001:AE8577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging nabestaandenuitkering en proceskostenveroordeling SVB
Betrokkene ontving een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (Anw), die per 1 januari 1998 werd vastgesteld op een bepaald bedrag. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) wees het bezwaar van betrokkene tegen dit besluit af, waarna de rechtbank het beroep gegrond verklaarde en de besluiten vernietigde.
In hoger beroep betwistte de SVB de veroordeling tot betaling van renteschade en proceskosten. Betrokkene voerde aan dat de besluiten in strijd waren met internationale verdragen en algemene rechtsbeginselen, waaronder het rechtszekerheidsbeginsel. De Raad oordeelde dat de bepalingen van de verdragen niet rechtstreeks afdwingbaar zijn en dat de wetgever binnen zijn beoordelingsmarge is gebleven bij de vaststelling van de overgangsregeling.
De Raad bevestigde dat de aanspraak op de Anw-uitkering als eigendom in de zin van het EVRM moet worden beschouwd, maar dat de gedeeltelijke ontneming daarvan door de wetgever gerechtvaardigd is in het algemeen belang. De Raad verwierp ook de stellingen over verboden discriminatie en het vertrouwensbeginsel. De SVB werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de SVB wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.