ECLI:NL:CRVB:2001:AB1783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vermindering toeslag AOW wegens overbruggingsuitkering echtgenote
De Sociale Verzekeringsbank had aan AOW-gerechtigde A. een toeslag toegekend die volledig werd verminderd met de overbruggingsuitkering van zijn jongere echtgenote. De rechtbank had dit besluit vernietigd op grond van het discriminatieverbod van artikel 26 IVBPR Pro, omdat het onderscheid tussen inkomen uit arbeid en inkomen in verband met arbeid (zoals de VUT-uitkering) niet gerechtvaardigd zou zijn.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het onderscheid binnen de AOW-regeling legitiem is en dat het doel van de wetgever om arbeidsparticipatie van de jongere partner te stimuleren dit onderscheid rechtvaardigt. De Raad benadrukt dat de toeslagregeling in de AOW en het nabestaandenpensioen in de Anw wezenlijk verschillen in aard en strekking, waardoor een gelijkheidsbehandeling niet vereist is.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan op 2 mei 2001 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van de Sociale Verzekeringsbank wordt gegrond verklaard en het eerdere vonnis vernietigd; het beroep van A. wordt ongegrond verklaard.