ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van samenloop dienstbetrekkingen en berekening arbeidsurenverlies bij WW-uitkering
Deze zaak betreft een geschil over de wijze van berekening van het arbeidsurenverlies en de toepassing van een korting op de WW-uitkering van gedaagde, die meerdere dienstverbanden had voorafgaand aan haar werkloosheid.
Gedaagde was werkzaam bij twee verpleeghuizen en ontving wachtgeld over een deel van haar uren. Na beëindiging van een dienstverband werd een WW-uitkering toegekend, waarbij appellant een korting toepaste op basis van de uren die zij bij het tweede dienstverband werkte. Gedaagde maakte bezwaar tegen deze korting omdat zij vond dat de uren die in plaats kwamen van het wachtgeld niet op de uitkering mochten worden gekort.
De rechtbank vernietigde het besluit van appellant en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen, waarbij de rechtbank oordeelde dat de uren bij het tweede dienstverband niet in mindering mochten worden gebracht. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het besluit van appellant op juiste wettelijke gronden is gebaseerd en dat de rechtbank een onjuiste uitleg gaf aan de toepasselijke bepalingen. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant ongegrond, met een veroordeling in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het beroep van het Landelijk instituut sociale verzekeringen tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.