ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag leerkracht wegens ongepast seksueel gedrag met leerlingen
Appellant, werkzaam als leraar in het openbaar onderwijs, werd ontslagen wegens ontoelaatbaar gedrag jegens jongens van groep 5 en 6. Het primaire ontslagbesluit is krachtens mandaat genomen door de directeur van de dienst Openbaar Onderwijs Rotterdam en is daarmee bevoegd.
Appellant voerde aan dat het ontslag onevenredig zwaar was en dat zijn gedrag beperkt bleef tot kietelgedrag zonder ontuchtige handelingen. De Raad stelde vast dat appellant tijdens kietelpartijen blote of gedeeltelijk ontklede jongens op schoot trok en in enkele gevallen het geslachtsdeel aanraakte, wat terecht als plichtsverzuim werd gekwalificeerd.
De Raad oordeelde dat het ontslag als disciplinaire straf passend was gezien de ernst van het gedrag en dat het bestuursorgaan een keuzevrijheid had tussen ontslag wegens plichtsverzuim of ongeschiktheid. Er was geen sprake van misbruik van bevoegdheid of strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
De aangevallen uitspraak, waarin het beroep tegen het ontslagbesluit werd afgewezen, werd bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het ontslag van de leerkracht wegens ontoelaatbaar seksueel gedrag met leerlingen wordt bevestigd als bevoegd en proportioneel.