ECLI:NL:CRVB:1999:AA8681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering arbeidsongeschiktheidsuitkering bij inkomsten uit drugshandel en heling
Appellant, een jeugdgehandicapte met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (AAW), kreeg besluiten van gedaagde waarbij uitkeringen over bepaalde perioden werden stopgezet en teruggevorderd wegens inkomsten uit arbeid, waaronder heling en drugshandel.
De rechtbank had enkele besluiten vernietigd voor de periode 1 juli 1994 tot 31 oktober 1994, waarbij een fictieve mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35% werd vastgesteld. Gedaagde paste daarop een aangepaste korting toe en vorderde terugbetaling.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat gedaagde terecht uitging van de door een opsporingsfunctionaris vastgestelde inkomsten, ook al waren die deels gebaseerd op appellants eigen verklaringen. De Raad overweegt dat appellant onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens heeft aangevoerd om de vaststelling te betwisten.
De Raad wijst appellants beroep op schending van het evenredigheidsbeginsel af, ook gezien de strafrechtelijke maatregel tegen appellant. De terugvordering van onverschuldigde uitkeringen is volgens de Raad rechtmatig en niet in strijd met algemene rechtsbeginselen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen de aanvullende besluiten ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wegens inkomsten uit drugshandel en heling.