ECLI:NL:RBZUT:2000:AA9382
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. van Duyvendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling terugvordering en boete bij onrechtmatige bijstandsverlening wegens verzwegen drugshandel
Eiser maakte bezwaar tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk waarin zijn recht op bijstand werd herzien en terugvordering en boete werden opgelegd wegens het niet melden van inkomsten uit drugshandel over de periode 1 september 1998 tot 1 december 1998.
De rechtbank oordeelde dat eiser inderdaad inkomsten had genoten uit drugshandel zonder dit te melden, waardoor de bijstand ten onrechte was verleend. Verweerder was daarom gehouden tot herziening en terugvordering van de bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat dubbele sancties (terugvordering en strafrechtelijke ontnemingsmaatregel) een dringende reden tot afzien van terugvordering vormden.
De rechtbank achtte het beroep gegrond voor zover het de vaststelling van de bedragen van terugvordering en boete betrof en vernietigde het besluit in zoverre, waarbij de bedragen werden verlaagd. Voor het overige werd het beroep ongegrond verklaard. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de vaststelling van de terugvordering en boete, met verlaging van de bedragen, en voor het overige ongegrond.