ECLI:NL:CRVB:2004:AR5550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WW-uitkering wegens omvangrijke werkzaamheden tijdens uitkeringsperiode
Appellant kreeg een WW-uitkering toegekend van 18 maart 1994 tot 17 maart 1997, die later werd ingetrokken en teruggevorderd omdat hij werkzaamheden verrichtte tijdens deze periode. Na vernietiging van een eerder besluit wegens strijd met de Awb, verklaarde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) het bezwaar van appellant opnieuw ongegrond.
Appellant voerde aan dat hij wel werkzaamheden had verricht, maar dat deze niet zo omvangrijk waren dat de uitkering geheel moest worden ingetrokken. Hij stelde dat de administratie van Simtronic B.V., waarop het Uwv zich baseerde, onjuist was en dat betalingen op zijn stamnummer niet altijd aan hem waren gedaan.
De Raad oordeelde dat het Uwv voldoende en zorgvuldig had vastgesteld dat appellant zowel in Nederland als in Zwitserland werkzaamheden verrichtte in een omvang die het recht op WW-uitkering uitsloot. Appellant had zijn stellingen niet ondersteund met betrouwbare en verifieerbare gegevens. Gezien het ontbreken daarvan viel het risico daarvan op appellant. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WW-uitkering wordt bevestigd.