ECLI:NL:CRVB:1998:ZB8043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.M. van der Kade
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid maatmanarbeid en toekenning AAW/WAO-uitkering
Appellant was werkzaam in een combinatie van functies, waarvan één buiten de WAO-verzekering viel. De Raad bevestigt dat voor de WAO alleen de functie binnen de verzekering (maatmanarbeid) relevant is. De rechtbank had ten onrechte aangenomen dat appellant de wachttijd niet had voltooid, terwijl deze wel was vervuld.
De Raad oordeelt dat appellant op de datum in geding geschikt was om zijn maatmanarbeid te verrichten, ondanks dat hij zijn oude functie niet meer kon hervatten. Dit leidt tot de bevestiging van de weigering van de WAO-uitkering.
Voor de AAW-uitkering geldt dat de maatmanarbeid de combinatie van functies betreft. De Raad stelt vast dat gedaagde een onjuiste methode gebruikte om de resterende verdiencapaciteit vast te stellen, namelijk een mengvorm van twee erkende methoden. Hierdoor is de weigering van de AAW-uitkering onvoldoende gemotiveerd en dient deze vernietigd te worden.
De Raad beveelt dat gedaagde een nieuw besluit neemt over de AAW-uitkering met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten en dient het gestorte griffierecht aan appellant te worden vergoed.
Uitkomst: Weigering WAO-uitkering bevestigd, weigering AAW-uitkering vernietigd en nieuw besluit bevolen.