ECLI:NL:CRVB:1998:AA8500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.C. Cusell
- J.W. Schuttel
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering en toepassing functiebestandcodes in schatting verdienvermogen
De zaak betreft een geschil over de herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan gedaagde, waarbij het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) het resterende verdienvermogen heeft vastgesteld op basis van functies uit het Functie Informatie Systeem (FIS). De rechtbank had het besluit vernietigd omdat zij oordeelde dat functies met minder dan zeven arbeidsplaatsen niet in aanmerking mochten worden genomen, en dat functies binnen een functiebestandscode niet samengeteld mochten worden.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat binnen de systematiek van het FIS een functiebestandscode als één functie kan worden beschouwd, waarbij meerdere functies binnen die code samen het vereiste minimum van zeven arbeidsplaatsen kunnen vertegenwoordigen. Dit is in overeenstemming met de structuur en het doel van het FIS en de regels van het Schattingsbesluit. De Raad wijst het standpunt van de rechtbank af dat alleen afzonderlijke functies met minimaal zeven arbeidsplaatsen in aanmerking mogen worden genomen.
De Raad bevestigt dat de schatting van het resterende verdienvermogen moet worden gebaseerd op ten minste drie verschillende functiebestandscodes die samen minimaal dertig arbeidsplaatsen vertegenwoordigen. De loonwaarde wordt bepaald aan de hand van de mediane loonwaarde van de functies binnen de functiebestandscodes. De Raad oordeelt dat het bestreden besluit voldoet aan deze normen en dat de eerdere vernietiging door de rechtbank onterecht was.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de uitkering blijft in stand. De Raad benadrukt dat het toevoegen van functies binnen dezelfde functiebestandscode gerechtvaardigd is indien deze medisch en arbeidskundig geschikt zijn voor de betrokkene en dat dit de representativiteit van de schatting ten goede komt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering blijft in stand.