ECLI:NL:CRVB:1995:ZF1888
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. van den Brink
- G.A.J. van den Hurk
- Th. C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding wettelijke beroepstermijn bij afwijzing ABW-uitkering
Appellant diende op 24 januari 1994 een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW). Deze aanvraag werd bij besluit van 16 februari 1994 afgewezen wegens het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit op 7 april 1994, waarna het bezwaar werd omgezet in beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad onderzocht of het beroepschrift tijdig was ingediend. Het besluit was niet aangetekend verzonden en de exacte verzenddatum kon niet onomstotelijk worden vastgesteld, maar appellant verklaarde op 24 februari 1994 kennis te hebben genomen van het besluit. De Raad stelde daarom dat het besluit uiterlijk op 23 februari 1994 was verzonden, waardoor de beroepstermijn uiterlijk op 7 april 1994 eindigde.
Het beroepschrift werd per post verzonden, maar de datum van ter post bezorging was onbekend. Wel stond vast dat het beroepschrift op 15 april 1994 door gedaagde was ontvangen, wat later was dan een week na afloop van de beroepstermijn. Hierdoor kon het beroepschrift niet als tijdig worden aangemerkt. Er waren geen omstandigheden die het verzuim van appellant konden rechtvaardigen. De Raad verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk.
De zaak werd behandeld op 10 januari 1995, waarbij appellant in persoon verscheen en gedaagde werd vertegenwoordigd door een ambtenaar van de gemeente Amsterdam. De uitspraak werd op 31 januari 1995 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke beroepstermijn.