ECLI:NL:CRVB:1995:ZB3109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- L.H. Vogt
- P.S. van Gelein Vitringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijslast bij premies over betalingen aan anonieme personen in sociale verzekeringen
In deze zaak gaat het om de vraag of betalingen aan niet met name genoemde personen, geboekt als acquisitiekosten, moeten worden aangemerkt als premieloon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CwSV). De bedrijfsvereniging stelde premies vast over de jaren 1986-1988, omdat gedaagde niet de personalia van de ontvangers wilde verstrekken, wat volgens de wet verplicht is.
De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en vernietigde de premiebeschikking. De bedrijfsvereniging ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat, in afwijking van eerdere jurisprudentie, de bewijslast eerst bij de bedrijfsvereniging ligt om aannemelijk te maken dat er sprake is van premieloon. Vervolgens moet de ondernemer aannemelijk maken dat dit niet het geval is. Indien dit niet lukt, geldt een verzwaring van de bewijslast voor de ondernemer.
Gedaagde voerde aan dat de betalingen aan derden waren gedaan ter verkrijging of behoud van een zakelijk relatienet en dat deze betalingen in een betrouwbare en goedgekeurde boekhouding waren opgenomen. De Raad vond dit aannemelijk en bevestigde het oordeel van de rechtbank, waardoor de premiebeschikking werd vernietigd.
De Raad veroordeelde de bedrijfsvereniging tot betaling van proceskosten en legde een recht van f 600,-- op aan appellant. Tevens werden de kosten van rechtsbijstand van gedaagde in hoger beroep toegekend. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige bewijslastverdeling en de verplichting van werkgevers om gegevens te verstrekken voor sociale verzekeringsdoeleinden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt vernietiging van de premiebeschikking wegens onvoldoende aannemelijkheid dat betalingen premieloon zijn.