ECLI:NL:CRVB:1988:AK7922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.A.F. de Guasco
- P.A.W. Hermans
- A. Rothuizen-Geerts
- Rechtspraak.nl
Gelijke behandeling bij arbeidsongeschiktheidsuitkering voor gehuwde vrouw
De zaak betreft een geschil over de intrekking van een arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) aan een vrouw die op 19 mei 1980 trouwde. De uitkering werd ingetrokken omdat zij niet voldeed aan de voorwaarde dat haar arbeidsongeschiktheid na 1 oktober 1975 moest zijn ingetreden, een eis die niet aan gehuwde mannen werd gesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze ongelijke behandeling een directe discriminatie op grond van geslacht en huwelijkse staat vormt, in strijd met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (BP-Verdrag). De Raad stelt dat artikel 26 een Pro zelfstandig materieel recht bevat dat ook van toepassing is op sociale zekerheidswetten.
De Raad concludeert dat de vrouw recht heeft op gelijke behandeling als een man in gelijke omstandigheden en dat de intrekking van haar uitkering onterecht was. De uitspraak van de lagere rechter wordt bevestigd, maar met gewijzigde motivering op basis van het internationale non-discriminatiebeginsel.
Uitkomst: De intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering aan de gehuwde vrouw is onterecht wegens strijd met het discriminatieverbod uit artikel 26 van het BP-Verdrag.