ECLI:NL:CRVB:1985:AM8604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- van der Veen
- J.H. Hoogendijk-Deutsch
- L.H.M. Zegers
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht directeur-grootaandeelhouder bij sociale verzekeringswetten
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van premieheffing ingevolge de Werkloosheidswet, Ziektewet en Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering over de jaren 1976, 1977 en 1978. Eiseres betwistte de verzekeringsplicht van haar directeur-grootaandeelhouders en voerde aan dat er geen dienstbetrekking bestond vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding en dat fiscale autoriteiten dit ook niet hadden aangenomen.
De Raad overwoog dat de arbeidsverhouding van een directeur-grootaandeelhouder in beginsel als een arbeidsovereenkomst moet worden beschouwd, maar dat maatschappelijke ontwikkelingen en oneigenlijk gebruik van de rechtsvorm N.V. en B.V. aanleiding geven om dit per geval te beoordelen aan de hand van feitelijke omstandigheden. In dit geval oordeelde de Raad dat de directeuren als werknemers moeten worden aangemerkt voor de sociale verzekeringswetten in de betreffende jaren.
Verder stelde de Raad dat de rechtszekerheid vereist dat de eerdere jurisprudentie blijft gelden voor reeds verstreken tijd en dat de verzekeringsplicht en premiebetaling onverkort blijven bestaan. Ook werd geoordeeld dat gewekte verwachtingen van eiseres niet leiden tot het nietig verklaren van de premieheffing.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de eerdere rechter en benadrukte dat toekomstige beslissingen over het einde van de verzekering zorgvuldig moeten worden genomen, met inachtneming van algemene beginselen van behoorlijk bestuur en rechtszekerheid.
Uitkomst: De premieheffing over de jaren 1976-1978 voor de directeur-grootaandeelhouders wordt bevestigd en blijft onverminderd van kracht.