ECLI:NL:CBB:2026:98
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen areaal- en keuringsbijdragen boomkwekerij volgens Zaaizaad- en Plantgoedwet
In deze zaak gaat het om het beroep van een boomkwekerij tegen areaalbijdragen en keuringsbijdragen die Naktuinbouw heeft opgelegd voor de seizoenen 2022, 2023 en 2025. De bijdragen betreffen kosten voor registratie, administratieve controles en veldkeuringen. De boomkwekerij betwist de heffingen, met name omdat zij meent dat materiaal dat geen teeltmateriaal is onterecht als zodanig wordt aangemerkt en dat fytosanitaire keuringen onnodig zijn.
Het College verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de Zaaizaad- en Plantgoedwet een wettelijke basis biedt voor deze bijdragen. Het College benadrukt dat het aan de boomkweker is om aan te tonen dat materiaal als eindproduct rechtstreeks aan eindgebruikers wordt geleverd, en dat Naktuinbouw terecht uitgaat van het opgegeven areaal als teeltmateriaal tenzij anders bewezen.
De stelling dat traceerbaarheid het bewijs eenvoudiger maakt, wordt door het College niet gevolgd, omdat het praktisch en juridisch nog steeds de verantwoordelijkheid van de kweker is om dit aan te tonen. De fytosanitaire keuringen door Naktuinbouw zijn gegrond, ook al voert de kweker zelf inspecties uit onder toezicht.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en Naktuinbouw hoeft geen proceskosten te vergoeden. De heffingen zijn volgens het College terecht opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de areaal- en keuringsbijdragen is ongegrond verklaard en de heffingen zijn terecht opgelegd.