ECLI:NL:CBB:2026:94
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing GLB-steun wegens niet tijdige aanmelding ondanks technische mogelijkheden en hulp RVO
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur om de aanvraag van een landbouwer voor de basispremie en de extra betaling voor de eerste veertig hectare in 2023 af te wijzen wegens het niet tijdig indienen van de aanmelding. De landbouwer had problemen met het intekenen van een landschapselement in de Gecombineerde opgave en vroeg herhaaldelijk hulp aan RVO, maar diende de aanmelding niet binnen de gestelde termijn in.
De minister erkende de problemen, maar stelde dat het technisch mogelijk was om de aanmelding tijdig te doen, ook zonder het correcte intekenen van het landschapselement. RVO had meerdere malen contact gezocht om te helpen, maar de landbouwer werkte niet mee aan een afspraak. Het College oordeelde dat de aanmelding een constitutieve voorwaarde is voor het indienen van een definitieve aanvraag en dat de verantwoordelijkheid voor tijdige aanmelding bij de landbouwer ligt.
Ondanks de gestelde problemen en het ontbreken van een opmerkingenveld in het systeem, had de landbouwer de Gecombineerde opgave met het foutieve landschapselement kunnen indienen om binnen de termijn te blijven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de landbouwer wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig doen van de verplichte aanmelding voor GLB-steun 2023.