ECLI:NL:CBB:2026:63
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor te late toezending mestmonsters zonder schending verdedigingsbeginsel
De intermediair, een Belgische onderneming, kreeg een boete opgelegd wegens het niet binnen tien werkdagen na bemonstering toezenden van mestmonsters aan een erkend laboratorium. Na diverse herzieningen en matigingen bleef een boete van €110,- staan. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de laatste beslissing ongegrond en wees het beroep tegen eerdere besluiten af als niet-ontvankelijk.
In hoger beroep betoogde de intermediair onder meer dat het verdedigingsbeginsel was geschonden, dat vooraf een waarschuwing had moeten worden gegeven, dat het gelijkheidsbeginsel was overtreden en dat de boete in strijd was met het legaliteits- en rechtszekerheidsbeginsel. Het College oordeelde dat het boetebesluit voldoende duidelijk was, dat de intermediair vooraf was gehoord, en dat het beleid van de minister om geen waarschuwing vooraf te geven gerechtvaardigd was.
Verder stelde het College vast dat het begrip 'toezenden' in de regeling het fysiek overdragen van de monsters aan het laboratorium betekent, niet de digitale aanmelding. De intermediair is zelf verantwoordelijk voor tijdige toezending, ook als het laboratorium de monsters slechts eenmaal per week ophaalt. De elektronische ondertekening van de besluiten voldeed aan de vereisten. De redelijke termijn voor de procedure was nog niet overschreden. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het College bevestigt de boete van €110,- voor het niet tijdig toezenden van mestmonsters en wijst alle bezwaren af.