Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juli 2026 op het hoger beroep van
[naam 1] B.V., te [vestigingsplaats] (slachthuis)
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid)
Procesverloop in hoger beroep
Beoordeling van de geschillen
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank in zaaknummer ROT 22/1819 voor zover het de hoogte van de boete betreft;
- verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep tegen het bestreden besluit van 3 maart 2022 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 3 maart 2022 voor zover het de hoogte van de boete betreft;
- herroept het boetebesluit van 29 oktober 2021 (boetebesluit 202102318) voor zover het de hoogte van de boete betreft en stelt de boete vast op € 2.250,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht in beroep in zaaknummer ROT 22/1819 van € 365,- aan het slachthuis te vergoeden;
- veroordeelt de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling aan het slachthuis van € 1.000,- voor immateriële schade;
- veroordeelt de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van het slachthuis tot een bedrag van € 467,-.