Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juni 2026 in de zaak tussen
[naam 1] B.V., te [woonplaats]
de Kamer van Koophandel (KvK)
Procesverloop in beroep
Inleiding
Beoordeling door het College
Kamerstukken II1991/92, 22482, nr. 3) blijkt dat het doel van de invoering van artikel 2:19a was om de ontbinding van lege vennootschappen eenvoudiger te maken om zo misbruik tegen te gaan en om het handelsregister op te schonen. De wetgever heeft daarbij overwogen dat de mogelijkheid blijft bestaan om lege vennootschappen ‘slapend’ te houden, door te voldoen aan (drie van) de vier vereisten. Het College stelt vast dat deze mogelijkheid ook voor de B.V. openstond. Het had op haar weg gelegen om aangifte vennootschapsbelasting te doen en/of een jaarrekening te deponeren, om zo ontbinding te voorkomen. De omstandigheden die de B.V. aanvoert, zijn dus al verdisconteerd in de afweging van de wetgever. Er is daarom geen aanleiding om artikel 2:19a van het BW in dit geval buiten toepassing te laten.
Slotsom