ECLI:NL:CBB:2026:246
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor vervoer van varken met ernstige open wond
De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Landbouw tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die een bestuurlijke boete aan een maatschap wegens het vervoeren van een varken met een ernstige open wond had vernietigd. De toezichthouder van de NVWA had vastgesteld dat het varken een ernstige ontsteking en een ontbrekende staart had, waardoor het dier niet geschikt was voor transport volgens de Transportverordening.
De rechtbank had de boete vernietigd vanwege twijfels over de bewijsvoering, met name over het tijdstip van het lossen en het ontbreken van een foto van het oornummer van het varken. De minister stelde dat de rechtbank de procesorde had geschonden door hem niet de gelegenheid te geven op dit betoog te reageren en dat het bewijs wel degelijk voldoende was.
Het College oordeelde dat de minister terecht had vastgesteld dat het varken een ernstige open wond had en daardoor niet geschikt was voor transport. Het College vond dat de minister voldoende bewijs had geleverd dat het varken van de maatschap afkomstig was en dat de rechtbank ten onrechte twijfels had geuit. De verklaringen van de dierenarts van de maatschap konden het oordeel niet veranderen.
Het College vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de maatschap ongegrond, waardoor de bestuurlijke boete in stand blijft. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het College vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de maatschap ongegrond, waardoor de bestuurlijke boete in stand blijft.