4.8Zowel de ACM als de rechtbank zijn er, gelet op het voorgaande, ten onrechte van uitgegaan dat artikel 29, zevende lid, van de E-wet gelding had op het moment van de besluitvorming door de ACM. Er was toen echter geen sprake van een norm die kon worden overtreden. De ACM heeft in het bestreden besluit dus weliswaar terecht geconcludeerd dat geen sprake is van een overtreding van USG waartegen handhavend kan worden opgetreden, maar op onjuiste gronden. Het bestreden besluit is in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb dan ook ondeugdelijk gemotiveerd. De rechtbank heeft dit in haar uitspraak niet onderkend. De uitspraak van de rechtbank kan daarom niet in stand blijven.
5 De uitspraak van de rechtbank komt voor vernietiging in aanmerking. Doende wat de rechtbank had behoren te doen zal het College het beroep van SABIC tegen het bestreden besluit alsnog gegrond verklaren, dat besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb vernietigen en bepalen dat de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand blijven.
Proceskosten en griffierecht
6 Het College zal de ACM veroordelen in de door SABIC in hoger beroep en beroep gemaakte proceskosten. Het College zal de ACM voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in hoger beroep en beroep veroordelen tot een bedrag van in totaal € 3.736,- (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting bij het College, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting bij de rechtbank, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1).
7 Het College zal de minister daarnaast opdragen het in hoger beroep en beroep betaalde griffierecht van in totaal € 924,- (respectievelijk € 559,- en € 365,-) aan SABIC te vergoeden.
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- veroordeelt de ACM in de door SABIC in hoger beroep en beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 3.736,-;
- draagt de ACM op het in hoger beroep en beroep betaalde griffierecht van in totaal
€ 924,- aan SABIC te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, mr. M. van Duuren en mr. J.H. de Wildt, in aanwezigheid van mr. W.I.K. Baart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026.
w.g. B. Bastein w.g. W.I.K. Baart