Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CBB:2026:204

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
26/233
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 7:3 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:86 AwbArt. 2.3 Taxiverordening Amsterdam 2012
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking taxxxivergunning na rijden tijdens schorsing

De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening door een taxichauffeur tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om zijn taxxxivergunning in te trekken. De intrekking volgde op het constateren dat de chauffeur tijdens een schorsing van zijn lijnbusbaanontheffing en taxxxivergunning toch taxivervoer aanbood op de Amsterdamse opstapmarkt.

De chauffeur betwistte dat hij daadwerkelijk taxivervoer aanbood op de betreffende datum, maar het College oordeelde dat het staan met een taxi op een taxistandplaats met daklicht en tariefkaarten voldoende bewijs is voor het aanbieden van taxivervoer, tenzij sprake is van overmacht, wat niet is aangetoond.

Verder voerde de chauffeur aan dat de maatregel onevenredig is vanwege zijn persoonlijke omstandigheden en lange staat van dienst, maar het College vond de intrekking passend en noodzakelijk om naleving van de schorsing af te dwingen. Ook het betoog over overschrijding van beslistermijnen werd verworpen.

De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen en wees het af. De intrekking van de vergunning blijft daarmee van kracht totdat in de hoofdzaak wordt beslist.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de taxxxivergunning wordt afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 26/233
uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 april 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam]

(gemachtigde: mr. A.N.R. van den Broek)
en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (b en w)

(gemachtigde: mr. M. ten Doesschate)

Procesverloop

[naam] heeft het college verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
B en w heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 29 april 2026. Daar waren de gemachtigden van partijen aanwezig.

Overwegingen

1.1
[naam] is taxichauffeur en was aangesloten bij de in Amsterdam Toegelaten Taxiorganisatie (TTO) Taxicentrale Amsterdam (TCA). Hij had een vergunning voor taxivervoer op de Amsterdamse opstapmarkt (taxxxivergunning) en een ontheffing voor rijden over tram- en busbanen in Amsterdam (lijnbusbaan-ontheffing). B en w heeft die lijnbusbaanontheffing van 22 april 2025 tot 6 mei 2025 geschorst.
1.2
Het Taxiteam van Amsterdam heeft TCA op 23 april 2025 per e-mail bericht over de schorsing van de lijnbusbaanontheffing en verzocht te bevorderen dat [naam] zijn TTO daklicht en TTO informatiekaarten bij de TTO inlevert, zodat hij tijdens de schorsing geen taxivervoer kan aanbieden op de Amsterdamse opstapmarkt.
1.3
Op 1 mei 2025 omstreeks 10.16 uur zag een toezichthouder van de gemeente Amsterdam dat [naam] met zijn taxi op de TTO standplaats [locatie] stond met een TTO daklicht en tarief/informatiekaarten op zijn ramen. In het systeem zag de toezichthouder dat van 22 april 2025 tot 6 mei 2025 sprake was van een schorsing en hij heeft van de door hem aangetroffen situatie een rapport van bevindingen opgemaakt van 8 mei 2025.
2 B en w heeft de Taxxxivergunning van [naam] met een besluit van 6 juni 2025, als gehandhaafd met een besluit op bezwaar van 20 februari 2026 (bestreden besluit), per 8 juni 2025 ingetrokken, omdat [naam] taxivervoer ondanks de schorsing op de opstapmarkt in Amsterdam taxivervoer had aangeboden en daarmee artikel 2.3, eerste lid, van de Taxiverordening had overtreden.
3 [naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend bij de rechtbank Amsterdam en een verzoek gedaan om voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft het beroepschrift en het verzoek doorgestuurd naar het college.
4 [naam] verzoekt om het bestreden besluit te schorsen, zodat hij zijn werkzaamheden als taxichauffeur kan voortzetten totdat op het beroep zal zijn beslist. Volgens [naam] is het niet aannemelijk dat het bestreden besluit in beroep stand zal houden. Hij heeft de overtreding namelijk niet begaan, de maatregel is onevenredig, de wettelijke beslistermijn is overschreden, er is geen belangenafweging gemaakt en die moet in zijn voordeel uitvallen.

Beoordeling

5 Het van toepassing zijnde wettelijke kader is vermeld in de bijlage bij deze uitspraak.
6.1
Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, als tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter is een voorlopig oordeel dat de bestuursrechter in beroep niet bindt.
6.2
[naam] heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening, omdat hij zonder taxxxivergunning zijn werk als taxichauffeur op de opstapmarkt in Amsterdam niet kan doen en daardoor inkomsten misloopt.
6.3
Tijdens de zitting konden de gemachtigden de vraag of [naam] beroep had ingesteld bij de rechtbank tegen de (handhaving van de) schorsing van de lijnbusbaanontheffing niet beantwoorden. Na de zitting heeft de voorzieningenrechter navraag gedaan bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank heeft laten weten dat [naam] tegen de schorsing van zijn lijnbusbaanontheffing geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. Hij heeft tegen de schorsing van zijn taxxxivergunning evenmin beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gaat er daarom vanuit dat de schorsing van de taxxxivergunning in rechte vast staat.
7.1
[naam] betwist ook niet dat (hij wist dat) zijn lijnbusbaanontheffing en taxxxivergunning van 22 april 2025 tot 6 mei 2025 waren geschorst. Hij betwist alleen dat hij op 1 mei 2025 taxivervoer op de opstapmarkt heeft aangeboden. Uit het rapport van bevindingen blijkt namelijk niet meer dan dat hij op 1 mei 2025 met zijn taxi op een TTO-taxistandplaats stond. Dat is volgens hem onvoldoende bewijs om aan te nemen dat hij daar toen taxivervoer op de opstapmarkt aanbood, want de toezichthouder heeft niet gezien dat er een klant is ingestapt, een rit is uitgevoerd of is betaald. Uit de door hem overgelegde overzichten van ritten en auditlogs blijkt dat hij geen taxivervoer op de opstapmarkt, maar alleen ritten op de contractmarkt heeft gereden.
7.2
Dit betoog slaagt niet. Volgens vaste rechtspraak van het college is de aanwezigheid van een taxichauffeur met een als taxi herkenbare auto op een taxistandplaats, voldoende om aan te nemen dat hij daar taxivervoer aanbiedt als bedoeld in de Wet personenvervoer 2000, tenzij sprake is van overmacht. Het bewijs van de overmachtssituatie moet de betrokken chauffeur leveren, zie de uitspraak van het College van 16 december 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:663). [naam] heeft geen feiten aangevoerd die wijzen op een situatie van overmacht. Hij stond, naar hij erkent, op 1 mei 2025 op de TTO-taxistandplaats [locatie] met zijn taxi en voerde daarbij een TCA daklicht en tarief/informatiekaarten op zijn ramen. Onder deze omstandigheden moet worden aangenomen dat [naam] toen taxivervoer op de opstapmarkt aanbood. Of hij daarbij wel of niet in het standplaatsvak stond (zoals de toezichthouder beschrijft) of (zoals hij aanvoert) direct voor dat vak, is daarbij van geen belang.
8.1
[naam] vindt het onevenredig dat b en w zijn taxxxivergunning heeft ingetrokken. De belangenafweging van artikel 3:2 van Pro de Awb moet in zijn voordeel uitvallen, want hij heeft een lange onberispelijke staat van dienst en er is geen sprake van recidive. Zonder taxxxivergunning is zijn inkomen laag en zijn financiële situatie slecht en dat geeft hem zorgen die zijn gezondheid schaden. Hij heeft een leaseauto die hij niet meer kan betalen. Zijn levenspartner is ziek. Hij is zelf vaak ziek. Hij komt uit een eerlijke familie, zijn opa was in de Tweede Wereldoorlog een oorlogsheld, en hem, [naam] , wordt nu onrecht aangedaan. Dat zijn taxxxivergunning, waarvoor hij destijds veel geld heeft moeten betalen, is ingetrokken, heeft verstrekkende gevolgen voor hem. B en w heeft niet gemotiveerd waarom geen lichtere maatregel volstaat.
8.2
De voorzieningenrechter overweegt daarover het volgende. Als een taxichauffeur tijdens een schorsing van zijn taxxxivergunning taxivervoer op de Amsterdamse opstapmarkt aanbiedt, kan b en w volgens artikel 3.3, eerste lid, van de Taxiverordening, zijn taxxxivergunning kan intrekken. Volgens een op die situatie betrekking hebbende beleidsregel uit het Handhavingsbeleid Taxi 2019 gemeente Amsterdam, trekt b en w de taxxxivergunning in zo’n geval steeds in. De voorzieningenrechter is in lijn met de eerdere uitspraak van het college van 23 oktober 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:663), waarnaar hij hier kortheidshalve verwijst, van oordeel dat die beleidsregel geschikt én noodzakelijk is om het daarmee beoogde doel te bereiken: het afdwingen van de naleving van een schorsing van de taxxxivergunning in die gevallen waarin de schorsing onvoldoende effectief is gebleken.
8.3
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de toepassing van de beleidsregel in dit concrete geval evenwichtig is. Die toepassing heeft geen onevenredige gevolgen. [naam] heeft zich op 1 mei 2025 bewust gedragen alsof zijn taxxxivergunning niet was geschorst door met zijn taxi op een TTO-standplaats gaan staan, en daar taxivervoer aan te bieden, met het daklicht en de tariefkaarten die hij bij TCA had moeten inleveren. Van bijzondere omstandigheden is niet gebleken. Dat [naam] jaren zonder problemen taxichauffeur is geweest en met een ander beroep geen vergelijkbaar inkomen kan verdienen, zoals hij betoogt, zijn niet zulke bijzondere omstandigheden. Hoewel [naam] zonder taxxxivergunning niet als taxichauffeur op de opstapmarkt in Amsterdam kan werken, kan hij dat wel in of buiten Amsterdam op de bel- of contractmarkt, wat hij gelet op de door hem overgelegde rittenoverzichten ook doet. Daarmee is in het bestreden besluit rekening gehouden. [naam] heeft aangevoerd alleen in algemene zin gesteld dat zijn financiële situatie slecht is zonder specificatie of onderbouwing met (bewijs)stukken. Ook heeft hij geen concrete informatie gegeven over de door hem gestelde verplichtingen vanwege het leasecontract voor zijn auto (waaronder of die verplichtingen zijn aangegaan of voortgezet nadat de lijnbusontheffing werd geschorst). Voor zover [naam] betoogt dat het bestreden besluit onevenredig nadelige financiële gevolgen voor hem heeft, slaagt dat betoog al daarom niet. Het college acht het intrekken van de taxxxivergunning, gelet op het gedrag van [naam] en de ernst van de overtreding, evenwichtig.
9 Het betoog van [naam] dat b en w beslistermijnen heeft overschreden, wat daarvan zij, helpt hem in dit geding niet. Het had op zijn weg gelegen om b en w te rappelleren of om beroep wegens niet tijdig beslissen in te dienen. Dat heeft hij niet gedaan.
10 De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Hij zal dat verzoek afwijzen.
11 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, in aanwezigheid van mr. J.W.E. Pinckaers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026
R.C. Stam J.W.E. Pinckaers
De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
BIJLAGE
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 3:2
Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.
Artikel 3:4
1. Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.
2 De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Artikel 7:12
1. De beslissing op het bezwaar dient te berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. Daarbij wordt, indien ingevolge artikel 7:3 van Pro het horen is afgezien, tevens aangegeven op welke grond dat is geschied.
Artikel 8:81
1. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
[..]
Artikel 8:86
1. Indien het verzoek wordt gedaan indien beroep bij de bestuursrechter is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting, bedoeld in artikel 8:83, eerste lid, nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, kan hij onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.
2 Indien de bestuursrechter in eerste en hoogste aanleg uitspraak doet, kan het eerste lid slechts worden toegepast indien partijen daarvoor toestemming hebben gegeven.
[..]
Wet personenvervoer 2000
Artikel 82b
1. bij of krachtens gemeentelijke verordening [kan] worden bepaald dat het gebruik van de bij die verordening te bepalen gemeentelijke openbare weg of delen daarvan, voor wat betreft het aldaar aanbieden van taxivervoer, uitsluitend is voorbehouden aan vervoerders en bestuurders van auto’s die taxivervoer verrichten die overeenkomstig de bij en krachtens dit artikel gestelde regels deel uitmaken van een organisatorisch verband. [..]
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende taxi's Taxiverordening Amsterdam 2012 (Taxiverordening)
Artikel 2.3
1.Het is een chauffeur verboden om zonder Taxxxivergunning van het college op de in bijlage I aangegeven delen van de openbare weg taxivervoer aan te bieden.
Artikel 2.14
1.Onverminderd artikel 1.4 verbindt het college in ieder geval de volgende voorschriften aan de Taxxxivergunning:
a. de chauffeur houdt zich bij het aanbieden van taxivervoer op grond van de Taxxxivergunning aan de volgende eisen ter bevordering van de kwaliteit van het taxivervoer in Amsterdam: [..]
4o.veiligheid: de chauffeur neemt de veiligheid van de consument en overige personen in acht;[..]
3. Het college kan in aanvulling op het bepaalde in het eerste lid, nadere regels stellen aan gedragingen of verplichtingen van een chauffeur in het bezit van een Taxxxivergunning.
Artikel 2.17
1. Onverminderd artikel 1.5 wordt de Taxxxivergunning van rechtswege voor een gelijke periode geschorst indien: [..]
c. de ontheffing medegebruik lijnbusbaan/-strook gemeente Amsterdam van vergunninghouder is geschorst;
Artikel 3.3
1. Het college kan overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.12 en 2.14 sanctioneren met:
a. schorsing van de Taxxxivergunning;
b. intrekking van de Taxxxivergunning. [..]
3. Bij toepassing van de in het eerste lid genoemde sancties kan het college onder meer rekening houden met:
a. het soort en totaal aantal overtredingen door de chauffeur;
b. de mate van herhaling van het aantal overtredingen binnen een periode van één jaar.
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent eisen chauffeurs Nadere regels eisen chauffeurs 2018 (Besluit nadere regels)
Artikel 5
Onder de minimale kwaliteitseis veiligheid, bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, van de Taxiverordening Amsterdam 2012 wordt in ieder geval verstaan dat de chauffeur: [..]
f. beschikt over de benodigde geldige ontheffingen, vergunningen en vergunningbewijzen om taxivervoer aan te mogen bieden;
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent handhaving overtredingen (Handhavingsbeleid Taxi 2019 gemeente Amsterdam)
[..]
Paragraaf 1: Inleiding
In dit Handhavingsbeleid Taxi 2019 wordt beschreven op welke wijze de gemeente handhaaft in het geval van concrete overtredingen van de Amsterdamse taxiverordening en welke sancties en maatregelen zij hierop toepast.
[..]
Paragraaf 2: Sanctiestrategie
In deze paragraaf wordt aangegeven op welke wijze overtredingen worden gehandhaafd.
[..]
Schema B. Illegaal aanbieden taxivervoer op de opstapmarkt
Er is sprake van aanbieden van illegaal taxivervoer in het kader van de Amsterdamse taxiverordening als niet-aangesloten chauffeurs vervoer aanbieden op de Amsterdamse opstapmarkt. [..] Let op: het rijden met een geschorste Taxxxivergunning is geen vorm van illegaal aanbieden van taxivervoer. Bij constatering van een dergelijke overtreding wordt als sanctie de Taxxxivergunning ingetrokken (artikel 3.3, eerste lid van de Taxiverordening). [..]
Schema C. Overtreding Taxiverordening door een TTO-chauffeur
De Taxiverordening bevat regels waaraan de chauffeur zich dient te houden. Een groot aantal van deze regels zijn uitgewerkt in de Nadere regels eisen chauffeurs 2018. Zelfregulering van de opstapmarkt (TTO’s) is een belangrijk uitgangspunt van dit handhavingsbeleid. [..]
Art. 5, onder d, e en f Nadere regels eisen chauffeurs 2018 • intrekking Taxxxivergunning.[..]