ECLI:NL:CBB:2025:85
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens motiveringsgebrek bij subsidieafwijzing, rechtsgevolgen blijven in stand
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft in deze zaak het beroep van een aanvrager tegen de minister van Klimaat en Groene Groei behandeld. De minister had de subsidieaanvraag afgewezen omdat voor de warmtepomp al subsidie was verstrekt aan een andere partij, en het was niet gebleken dat die eerdere subsidieverlening onterecht was. Het College oordeelde in een eerdere tussenuitspraak dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, met name omdat onduidelijk was waarom in acht vergelijkbare gevallen subsidie was toegekend terwijl soortgelijke aanvragen waren afgewezen.
Na de tussenuitspraak heeft de minister het motiveringsgebrek hersteld door toe te lichten dat het geautomatiseerde systeem dat aanvragen beoordeelt tijdelijk niet goed functioneerde, waardoor acht aanvragen ten onrechte automatisch werden goedgekeurd zonder handmatige beoordeling. De overige aanvragen, waaronder die van de appellant, werden wel handmatig beoordeeld en afgewezen op grond van de geldende regeling. De appellant stelde dat de minister onvoldoende had uitgelegd waarom de fouten in het systeem niet tot herhaling van de subsidieaanvraag moesten leiden.
Het College oordeelde dat de minister met de nadere toelichting voldoende inzicht had gegeven in de oorzaak van de discrepantie en dat het gelijkheidsbeginsel niet vereist dat de minister de gemaakte fouten herhaalt. Het motiveringsgebrek was daarmee hersteld. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Desondanks liet het College de rechtsgevolgen van het besluit in stand, zodat de afwijzing van de subsidieaanvraag bleef gelden.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, maar de minister werd opgedragen het betaalde griffierecht van de appellant te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door drie rechters van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 18 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de afwijzing van de subsidieaanvraag blijft in stand.