ECLI:NL:CBB:2025:70
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- M.M. Smorenburg
- M.J. Jacobs
- H. van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Boete voor fecale verontreiniging van karkas tijdens slachtproces bevestigd met matiging wegens termijnoverschrijding
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven het hoger beroep behandeld van [naam 1] B.V. tegen een boetebesluit van de minister van Landbouw. De boete van €7.500 werd opgelegd wegens overtreding van hygiënevoorschriften tijdens het slachtproces, waarbij een karkas zichtbaar fecaal verontreinigd was. De rechtbank Rotterdam had de boete reeds gematigd tot €7.125 wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Het College oordeelt dat de minister terecht bevoegd was de boete op te leggen, omdat de overtreding tijdens het slachtproces is ontstaan en niet later, zoals appellant betoogde. De bewijslast rust op de minister, die dit aannemelijk maakte met een rapport van de NVWA. De argumenten van appellant dat de bezoedeling pas na de slachtfase zou zijn ontstaan, werden verworpen.
De boete is verhoogd vanwege een eerdere boete binnen vijf jaar, wat volgens het College niet onredelijk is. De opgelegde boete wordt passend geacht gezien de risico’s voor de volksgezondheid. Wel is de redelijke termijn overschreden met circa 1 jaar en 2 maanden, waardoor het College de boete ambtshalve verder matigt met 15% tot €6.375.
Het hoger beroep wordt afgewezen, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de hoogte van de boete betreft en het nieuwe boetebedrag vastgesteld. De griffierechten worden terugbetaald aan appellant.
Uitkomst: Boete van €7.500 wegens fecale verontreiniging bevestigd en gematigd tot €6.375 wegens overschrijding redelijke termijn.