ECLI:NL:CBB:2025:687
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- W.J.A.M. van Brussel
- E.M.M.A. Driessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van boete opgelegd aan vervoerder wegens onveilige transportomstandigheden voor varkens
In deze zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 9 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een eerder vonnis van de rechtbank. De zaak betreft een boete van € 1.500,- die op 3 juni 2022 door de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur is opgelegd aan [de vervoerder] B.V. De boete was het gevolg van het gebruik van vervoermiddelen die niet voldoen aan de eisen om letsel en onnodig lijden van dieren te voorkomen. De minister stelde dat [de vervoerder] in strijd heeft gehandeld met de Wet dieren en de Regeling houders van dieren, evenals met de Europese Verordening (EG) nr. 1/2005 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer.
Na het indienen van bezwaar door [de vervoerder] tegen het boetebesluit, heeft de minister dit bezwaar ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd. [de vervoerder] heeft hiertegen beroep aangetekend bij de rechtbank, die op 12 oktober 2023 het beroep ongegrond verklaarde. [de vervoerder] ging in hoger beroep, maar het College bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het College oordeelde dat de waarschuwing voor verscherpt toezicht geen besluit is en dat er geen bewijs is geleverd dat de verklaringen van medewerkers van [de vervoerder] niet gebruikt hadden mogen worden. De overtreding werd bevestigd, waarbij het College stelde dat het gebruik van het vervoermiddel niet op de juiste wijze was gebeurd, wat heeft geleid tot letsel bij de varkens. Het College concludeerde dat het tijdsverloop tussen de overtreding en de boetebeschikking geen aanleiding gaf tot matiging van de boete, en dat de geringe overschrijding van de redelijke termijn niet relevant was voor de beslissing.