ECLI:NL:CBB:2025:682

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
24/358
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Geheimhoudingsbeslissing
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over geheimhouding van vertrouwelijke informatie in bestuursrechtelijke procedure inzake concessie openbaar vervoer

In deze zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 11 december 2025 een beslissing genomen over de geheimhouding van een document in het kader van een bestuursrechtelijke procedure. De zaak betreft een herstelbesluit van de staatssecretaris van Openbaar Vervoer en Milieu, die op 21 december 2023 een concessie heeft verleend aan NS Reizigers B.V. voor het uitvoeren van openbaar personenvervoer per trein. Dit besluit was eerder door het College onderworpen aan een tussenuitspraak, waarin gebreken in het besluit werden vastgesteld die moesten worden hersteld. De staatssecretaris heeft vervolgens op 10 oktober 2025 een herstelbesluit genomen en daarbij vertrouwelijke informatie ingediend, waarover het College moest beslissen of deze informatie geheim moest blijven.

De rechter-commissaris heeft op basis van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de belangen van de betrokken partijen afgewogen. Enerzijds is er het belang dat partijen over dezelfde relevante informatie beschikken, anderzijds het belang van de staatssecretaris om vertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie te beschermen. Het document in kwestie, een advies van Impuls Economen, bevatte gevoelige informatie die niet openbaar mocht worden gemaakt, omdat dit een onevenredig nadeel voor de verstrekker zou kunnen opleveren. De rechter-commissaris heeft geoordeeld dat de beperking van de kennisneming van het document gerechtvaardigd is, en alleen het College mag kennisnemen van de vertrouwelijke versie.

De beslissing is genomen door mr. R.C. Stam, met mr. C.G.M. van Ede als griffier. De zaak benadrukt de noodzaak van zorgvuldige afwegingen bij de openbaarmaking van informatie in bestuursrechtelijke procedures, vooral wanneer concurrentiegevoelige gegevens in het spel zijn.

Uitspraak

beslissing

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/358
beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

Reisbalans B.V., te Amersfoort, en andere

(gemachtigde: mr. N.J. Linssen)
en

de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu

(gemachtigde: mr. S.H.G. Cnossen)
met als derde partijen
N.V. Nederlandse Spoorwegen, te Utrecht, en
NS Reizigers B.V., te Utrecht (NSR)
(hierna gezamenlijk: NS)
(gemachtigde: mr. J.R. van Angeren)

Procesverloop

Met het besluit van 21 december 2023 heeft de staatssecretaris aan NSR voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 24 december 2033 de concessie verleend tot het uitvoeren van
het openbaar personenvervoer per trein over de verbindingen die zijn opgenomen in het
Besluit hoofdrailnet en die zijn opgenomen in de concessie, onder de in de concessie
genoemde voorwaarden.
Met de tussenuitspraak van 30 juni 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:351) heeft het College de staatssecretaris onder meer opgedragen om de gebreken in het besluit van 21 december 2023 te herstellen, voor zover het de voorwaarden betreft waaronder NSR als wholesale aanbieder en dienstverlener actief is op de markt voor Mobility as a Service.
Ter uitvoering van deze tussenuitspraak heeft de staatssecretaris het besluit van 10 oktober 2025 genomen (herstelbesluit).
Bij brief van 13 oktober 2025 heeft de staatssecretaris het College geïnformeerd over de wijze waarop hij aan de tussenbeslissing uitvoering heeft gegeven en kopieën overgelegd van het herstelbesluit en van op de zaak betrekking hebbende stukken. Daarbij heeft hij de vertrouwelijke versie van een gedingstuk ingezonden en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) meegedeeld dat uitsluitend het College van dit stuk kennis zal mogen nemen.
Voornoemd gedingstuk is de als bijlage 40 overgelegde notitie van Impuls Economen van 8 september 2025, getiteld “Margetoets op klantniveau [vertrouwelijk]”.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College een rechter-commissaris opgedragen deze beslissing te nemen.
2 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een of meer andere partijen onevenredig schaden, terwijl de staatssecretaris er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft. Onder concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens vallen ook gegevens die, hoewel zelf niet als bedrijfsgegevens aan te merken, niettemin inzicht kunnen bieden in de door betrokkene(n) voorgestane (markt)strategie.
3 Bijlage 40 is een document van één bladzijde en bevat een vertrouwelijk advies van twee medewerkers van Impuls Economen aan een ambtenaar van het ministerie van de staatssecretaris. Het advies gaat in op het deel van het rapport van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) van 28 augustus 2023, getiteld “Onderzoek gelijk speelveld voor bedrijvenkaartaanbieders” waarin aandacht is besteed aan de margetoets op klantniveau die NS uitvoert. De openbare versie van dit document heeft de staatsecretaris in deze beroepsprocedure overgelegd als bijlage 9. Daarin zijn (delen van) passages weggelaten en als vertrouwelijk aangeduid die op voornoemd onderwerp betrekking hebben (randnummers 38, 39, 67 en 68). In bijlage 40 zijn vijf passages zwartgelakt. Volgens de staatssecretaris bevatten deze passages specifieke bedrijfsgevoelige, dan wel concurrentiegevoelige informatie over (de bedrijfsvoering van) NS en informatie die ook de ACM in haar rapport als vertrouwelijk heeft behandeld.
4 De rechter-commissaris oordeelt dat de gevraagde beperking van de kennisneming van bijlage 40 gerechtvaardigd is. De vijf weggelaten passages in bijlage 40 verwoorden (voor het grootste gedeelte) in welke gevallen NS een margetoets op klantniveau uitvoert en wat concurrenten uit de margetoets zouden kunnen afleiden. De passages bevatten bedrijfsvertrouwelijke gegevens of gegevens waaruit (een deel van) de marktstrategie van NS zou kunnen worden afgeleid, voor zover al niet zonder meer sprake is van concurrentiegevoelige gegevens. Deze gegevens moeten vertrouwelijk blijven, omdat openbaarmaking van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekker van de gegevens zal kunnen leiden, terwijl kennisneming van deze informatie door de partij die er niet over beschikt niet noodzakelijk is om haar belangen naar behoren te kunnen bepleiten.
5 Reisbalans e.a. en NS hebben erin toegestemd dat alleen het College van de vertrouwelijke versie van bijlage 40 kennisneemt.

Beslissing

De rechter-commissaris beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van bijlage 40 gerechtvaardigd is.
Aldus genomen door mr. R.C. Stam, in tegenwoordigheid van mr. C.G.M. van Ede als griffier, op 11 december 2025. .
De rechter-commissaris is verhinderd De griffier is verhinderd
te ondertekenen te ondertekenen