ECLI:NL:CBB:2025:594
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen schorsing chauffeurskaart wegens rijden onder invloed van cannabis
Verzoeker, een zelfstandig taxichauffeur, kreeg op 22 september 2025 een schorsingsbesluit opgelegd door de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat nadat hij op 3 juli 2025 tijdens een verkeerscontrole positief testte op cannabisgebruik met een THC-gehalte van 3,2 microgram per liter bloed, wat de wettelijke grenswaarde overschrijdt.
Verzoeker maakte bezwaar tegen de schorsing van zijn chauffeurskaart en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Hij stelde dat de schorsing onrechtmatig en onevenredig was, omdat hij privé reed en niet beroepsmatig actief was, de overschrijding minimaal was en er geen gevaar of schade was veroorzaakt. Tevens wees hij op de financiële gevolgen van de schorsing.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang van verzoeker erkend werd, maar dat de staatssecretaris terecht de schorsing had opgelegd op grond van het vermoeden dat verzoeker niet meer aan de eisen voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) voldoet. Het belang van veilig taxivervoer woog zwaarder dan het financiële nadeel voor verzoeker. De schorsing werd daarom niet als onevenredig beoordeeld en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
De uitspraak benadrukt dat de staatssecretaris bij de beoordeling van het schorsingsbesluit een andere rol heeft dan de strafrechter en zich mag baseren op het proces-verbaal en het bloedonderzoek zonder dat een strafrechtelijke veroordeling vereist is. Verzoeker kan de schorsing opheffen door alsnog een nieuwe VOG te overleggen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van de chauffeurskaart wegens rijden onder invloed van cannabis wordt afgewezen.