ECLI:NL:CBB:2025:574
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Venekamp
- M.P. Glerum
- A.J.C. de Moor- van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking derogatievergunning 2019 wegens niet-naleving voorwaarden Meststoffenwet
De onderneming exploiteert een melkveehouderij en kreeg in 2022 van de minister de derogatievergunning voor 2019 ingetrokken wegens niet-naleving van voorwaarden zoals het doen van juiste voorraadopgave en het bijhouden van inzichtelijke administraties. Tevens werd zij uitgesloten van derogatie voor 2023 en werden boetes opgelegd.
De onderneming stelde bezwaar en kreeg gedeeltelijk gelijk, waarna zij beroep instelde tegen het bestreden besluit. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de boete ongegrond, waartegen geen hoger beroep werd ingesteld. Het College behandelde het beroep tegen de intrekking en uitsluiting.
De onderneming betwistte niet dat zij de voorwaarden niet had nageleefd en erkende de ministeriële bevoegdheid tot intrekking. De kern van het geschil betrof de toepassing van deze discretionaire bevoegdheid en de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4 Awb Pro.
Het College oordeelde dat de minister de belangenafweging zorgvuldig had gemaakt en dat de nadelige gevolgen voor de onderneming niet onevenredig waren ten opzichte van de doelen van het besluit. De stellingen van de onderneming over financiële nadelen waren onvoldoende onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de derogatievergunning 2019 wordt ongegrond verklaard.