De onderneming exploiteert een verzamelplaats en vervoert runderen voor export. Op 18 juni 2021 trof een toezichthoudend dierenarts een rund aan met een ontsteking en open wond aan de klauw en een abces aan de bil, dat minstens een week oud was. Het rund kon zich niet pijnloos bewegen en was daardoor niet transportwaardig.
De minister legde de onderneming een boete op wegens overtreding van de Wet dieren en de Transportverordening. De rechtbank Rotterdam matigde de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn maar verwierp de beroepsgronden. De onderneming stelde hoger beroep in en betwistte dat het rund ongeschikt was en dat zij als exploitant van de verzamelplaats overtreder was.
Het College van Beroep bevestigde de boete. Het oordeelde dat het rund niet transportwaardig was op grond van het rapport en filmmateriaal, en dat de onderneming het rund op 17 juni 2021 naar de verzamelplaats vervoerde. Tevens was het aanbieden van het rund voor verder transport via de verzamelplaats een overtreding, omdat overladen en gerelateerde activiteiten ook onder vervoer vallen volgens de Transportverordening.
De verklaring van de eigen dierenarts van de onderneming werd niet aannemelijk geacht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.