Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CBB:2025:558

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
21 augustus 2025
Publicatiedatum
15 oktober 2025
Zaaknummer
23/1097
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar subsidie vaste lasten COVID-19 ongegrond verklaard

Een onderneming had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de minister van Economische Zaken over een subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021. Dit bezwaar werd door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 14 januari 2025 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.

De onderneming stelde in verzet dat het notificatiebericht mogelijk in de spam-folder was terechtgekomen, waardoor het niet tijdig was opgemerkt. Tevens wees zij op de grote psychische druk en financiële problemen door de coronamaatregelen en andere privéproblemen. De onderneming benadrukte dat belastingaangiftes altijd tijdig waren gedaan en dat de minister deze gegevens automatisch had kunnen opvragen, waarbij de menselijke maat voorop zou moeten staan.

Het College oordeelde dat de termijnoverschrijding aan de onderneming is toe te rekenen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de overschrijding verschoonbaar maken. Het feit dat het bericht mogelijk in de spambox terechtkwam, doet hier niet aan af. Van de ondernemer mocht verwacht worden dat hij tijdig de digitale omgeving controleerde. De omstandigheden rechtvaardigen niet dat de onderneming geheel niet in staat was om tijdig bezwaar te maken.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de eerdere uitspraak van 14 januari 2025 in stand. Hiermee is de procedure beëindigd.

Uitkomst: Het verzet van de onderneming tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 23/1097
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2025 op het verzet van

[naam] , te [woonplaats] (onderneming)

De onderneming is niet verschenen.
Voor de minister van Economische Zaken is aanwezig mr. P. van Veen.

Rechter: mr. M. Schoneveld

Griffier: J. Bustin

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.

Overwegingen

1. Het College heeft met de uitspraak van 14 januari 2025 met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep van de onderneming tegen het besluit van de minister van 16 maart 2023 ongegrond verklaard. Het College heeft geoordeeld dat de minister het bezwaar tegen het besluit over de subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal (Q1) van 2021 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens termijnoverschrijding.
2 In verzet heeft de ondernemer (namens de onderneming) aangevoerd dat het kan zijn dat de digitale post in de spam-folder terecht is gekomen, hetgeen kan verklaren waarom deze zijn aandacht niet heeft getrokken. De ondernemer heeft toegelicht dat op hem een grote psychische druk rustte door alle gevolgen van de coronamaatregelen, waaronder grote financiële problemen. Ook speelden er (andere) problemen in de privésfeer. Hij geeft aan dat de belastingaangiftes steeds tijdig zijn aangegeven. Deze gegevens hadden door de minister automatisch opgevraagd kunnen worden. De menselijke maat zou in dit geval voorop moeten staan.
3 Het College heeft in de uitspraak van 14 januari 2025, onder verwijzing naar de uitspraak van 30 januari 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:31) geoordeeld dat de overschrijding van de termijn aan de onderneming is toe te rekenen. Ook in verzet is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Dat het notificatiebericht over het besluit van 6 augustus 2022 mogelijk in de spambox terecht is gekomen, zoals de onderneming stelt, doet daar niet aan af. Van de ondernemer mocht verwacht worden dat hij tijdig in de digitale omgeving kijkt of er besluiten voor hem klaarstaan. Het College begrijpt dat de ondernemer in een moeilijke periode verkeerde. Uit de geschetste omstandigheden volgt evenwel niet dat de ondernemer in deze periode in het geheel niet in staat was om de digitale omgeving te raadplegen en tijdig bezwaar te maken.
4 Het verzet slaagt daarom niet. De uitspraak van 14 januari 2025 blijft in stand. Dit betekent dat de procedure hiermee is geëindigd.
w.g. M. Schoneveld w.g. J. Bustin