ECLI:NL:CBB:2025:546
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond verklaard tegen klacht over objectiviteit en vakbekwaamheid accountant bij faillissementsonderzoek
Appellant diende een klacht in tegen een accountant die in opdracht van de curator een financieel onderzoek uitvoerde naar twee gefailleerde ondernemingen. Hij stelde dat de accountant handelde in strijd met de fundamentele beginselen van objectiviteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.
Het College beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het hoger beroep en oordeelde dat appellant tijdig zijn hogerberoepsgronden had ingediend, ondanks dat dit één dag na een feestdag was gebeurd, op grond van de Algemene Termijnenwet.
De inhoudelijke beoordeling richtte zich op twee klachtonderdelen: het niet onderkennen van bedreigingen voor objectiviteit vooraf en na aanvaarding van de opdracht, en het niet naleven van de vakbekwaamheid en zorgvuldigheid volgens Standaard 4400N. Het College concludeerde dat de accountant zorgvuldig had gehandeld, onder meer door overleg met de vaktechniek van de NBA en het betrekken van de curator bij bezwaren van appellant.
Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de accountant evidente fouten had gemaakt in zijn rapporten. De door appellant aangevoerde spreadsheets en analyses werden onvoldoende onderbouwd en konden niet worden toegerekend aan de gegevens waarover de accountant beschikte. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de klacht tegen de accountant wordt afgewezen.