ECLI:NL:CBB:2025:452
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen kostenverhaal bestuursdwang voor dierenwelzijnsmaatregelen
Op 6 april 2021 voerde de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming samen met de politie een controle uit bij appellant, waarbij ernstige tekortkomingen in de huisvesting van puppy’s werden vastgesteld. De minister legde daarop een last onder bestuursdwang op om herhaling te voorkomen, met maatregelen gericht op verbetering van de huisvesting en verzorging van de honden.
Ondanks deze maatregelen bleken bij hercontroles op 8 oktober en 16 december 2021 opnieuw ernstige tekortkomingen aanwezig, waarna de dieren in bewaring werden genomen. De minister verhaalde de kosten van deze bestuursdwang op appellant. Appellant voerde aan niet houder te zijn van de honden en betwistte de hoogte van de kosten.
Het College oordeelt dat appellant wel als houder van de honden moet worden aangemerkt, omdat hij feitelijk de dieren onder zich had en verantwoordelijk was voor hun verzorging. De minister heeft de kosten voldoende gemotiveerd en inzichtelijk gemaakt. De stelling dat de kosten te hoog zijn, is onvoldoende onderbouwd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het kostenverhaal van bestuursdwang is ongegrond verklaard en de kosten blijven voor rekening van appellant.