Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
op het verzoek van
Beslissing
- wijst het verzoek om herziening af;
- bepaalt dat van de ondernemer voor het verzoek om herziening geen griffierecht wordt geheven.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelde op 21 augustus 2025 het verzoek van een ondernemer om herziening van de eerdere uitspraak van 5 november 2024 betreffende de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL Q4 2021).
De ondernemer was eerder niet gehoord omdat de uitnodiging voor de zitting naar de boekhouder was gestuurd, die niet langer als gemachtigde optrad. Tijdens de mondelinge behandeling kreeg de ondernemer alsnog de gelegenheid zich te uiten.
Het verzoek om herziening werd afgewezen omdat de ondernemer geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het betoog dat de omzet over het vierde kwartaal van 2021 op basis van eigen administratie moest worden vastgesteld, was reeds in eerdere uitspraken verworpen. De gegevens van de Belastingdienst uit de omzetbelastingaangifte zijn leidend.
Het College besloot tevens dat er geen griffierecht geheven wordt voor het verzoek om herziening.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over de TVL Q4 2021 subsidie wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.