In deze zaak heeft de voorzieningenrechter op 30 juli 2025 een uitspraak gedaan over de voorlopige voorziening voor de teruggave van in bewaring genomen honden aan verzoekster zonder dat zij eerst opvangkosten hoefde te betalen. Na de mondelinge uitspraak bleek dat de proceskostenveroordeling ten gunste van verzoekster onterecht was weggelaten in het proces-verbaal van die uitspraak.
De gemachtigde van verzoekster heeft dit gemeld, waarna de voorzieningenrechter de staatssecretaris heeft geïnformeerd over het voornemen om de uitspraak te rectificeren. De staatssecretaris heeft niet gereageerd op dit voornemen. De voorzieningenrechter heeft vervolgens de weglating hersteld door expliciet te bepalen dat de staatssecretaris de proceskosten van verzoekster moet vergoeden.
De proceskosten zijn vastgesteld op € 2.267,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrechtspraak, met punten toegekend voor het indienen van het verzoekschrift en het bijwonen van zittingen. De hersteluitspraak en de herstelde oorspronkelijke uitspraak worden gepubliceerd en vervangen de eerdere tekst. De uitspraak is op 19 augustus 2025 in het openbaar gedaan door mr. R.C. Stam.