ECLI:NL:CBB:2025:42

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
13 januari 2025
Publicatiedatum
24 januari 2025
Zaaknummer
23/2029
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij subsidieprocedure COVID-19

De ondernemer heeft verzet aangetekend tegen een eerdere uitspraak van het College waarin het beroep van de ondernemer niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ruim te laat indienen van het beroepschrift. De ondernemer stelde dat de termijnoverschrijding het gevolg was van ziekte en capaciteitsgebrek bij zijn professionele gemachtigde.

Het College heeft dit verweer beoordeeld aan de hand van het criterium dat geldt voor professionele rechtshulpverleners, waarbij wordt verwacht dat zij termijnen bewaken en tijdig maatregelen treffen bij ziekte of capaciteitsgebrek. Het College vond geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de eerdere niet-ontvankelijkverklaring in stand. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige procesvoering door professionele vertegenwoordigers in bestuursrechtelijke procedures.

Uitkomst: Het verzet van de ondernemer wordt ongegrond verklaard wegens een niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 23/2029
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 januari 2025

Rechter: mr. R.W.L. Koopmans

Griffier: mr. A. Verhoeven

Partijen

[naam 1] h.o.d.n. [naam 2], te [plaats] , (de ondernemer), waarvoor aanwezig zijn [naam 3] en [naam 4]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. S. Piron en C. Zieleman

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.

Overwegingen

De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 24 september 2024. Met deze uitspraak heeft het College het beroep van de ondernemer (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard, omdat de ondernemer het beroep ruim drie maanden te laat heeft ingesteld en de ondernemer hiervoor naar het oordeel van het College geen goede redenen heeft gegeven.
De gemachtigde van de ondernemer heeft aangevoerd dat de termijnoverschrijding is veroorzaakt door ziekte en capaciteitsgebrek, waardoor hij niet in staat was het beroepschrift tijdig in te dienen. De gemachtigde van de ondernemer heeft dit op de zitting nader toegelicht.
Voor het beoordelingskader voor de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding verwijst het College naar zijn uitspraak van 30 januari 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:31). In deze uitspraak heeft het College overwogen dat in de situatie dat een belanghebbende wordt bijgestaan door een professionele hulpverlener, zoals ook in dit geval, blijft gelden dat diens handelen in beginsel voor rekening van de indiener, in dit geval de ondernemer, komt. Naar het oordeel van het College is niet gebleken van heel bijzondere omstandigheden aan de zijde van de gemachtigde van de ondernemer. Van een professionele rechtshulpverlener mag immers worden verwacht dat hij de termijnen bewaakt en tijdig voorzieningen treft in het geval hij door bijvoorbeeld ziekte uitvalt of sprake is van capaciteitsgebrek. Het College komt dan ook niet tot een verschoonbare termijnoverschrijding.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A. Verhoeven