ECLI:NL:CBB:2025:406
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontheffing uitbreidingsverbod Meststoffenwet wegens belangen landbouwsector
De zaak betreft een verzoek van een varkenshouder om ontheffing van het uitbreidingsverbod op grond van artikel 38, tweede lid, van de Meststoffenwet. De minister heeft dit verzoek afgewezen met het oog op het nationale belang om de mestproductie te reguleren en te voldoen aan de Nitraatrichtlijn en derogatievoorwaarden.
De verzoeker voert aan dat hij sinds 1986 varkens houdt op basis van een referentiehoeveelheid van 7.405 kg fosfaat, ondanks dat de minister in 1990 de referentiehoeveelheid op nihil heeft gesteld. Hij stelt dat het weigeren van ontheffing de verkoopbaarheid van zijn bedrijf belemmert en dat het niet verlenen van ontheffing niet leidt tot een toename van de nationale mestproductie.
Het College toetst de beslissing van de minister aan het evenredigheidsbeginsel uit artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. Het College oordeelt dat het belang van de minister bij het handhaven van het uitbreidingsverbod en het naleven van Europese verplichtingen zwaarder weegt dan het individuele financiële belang van de verzoeker. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzingsbesluit van de minister wordt ongegrond verklaard.