ECLI:NL:CBB:2025:308
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag coöperatie voor lokale zuivelfabriek bevestigd
De coöperatie, bestaande uit vijf melkveehouders, vroeg subsidie aan voor een project gericht op het verhogen van de productie door realisatie van een nieuwe zuivelfabriek en intensivering van samenwerking met een andere coöperatie. De minister wees de aanvraag af omdat het projectplan onvoldoende punten behaalde op effectiviteit, haalbaarheid, innovativiteit en efficiëntie volgens de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies.
De coöperatie voerde aan dat de minister ten onrechte te weinig punten had toegekend, onder meer door het project onterecht als opschaling van een bestaand initiatief te bestempelen en door ketenpartners verkeerd te kwalificeren als stakeholders. Het College oordeelde echter dat het project inderdaad een opschaling betrof en dat de gemeente en andere partijen stakeholders zijn, geen ketenpartners. De beoordeling van de punten door de adviescommissie was zorgvuldig en transparant.
Verder concludeerde het College dat de business case in bezwaar niet relevant was voor de tenderprocedure en dat de minister de punten voor haalbaarheid, innovativiteit en efficiëntie terecht had toegekend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Wel werd vastgesteld dat de behandeling van het beroep langer dan de redelijke termijn had geduurd, waardoor de Staat werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €500 aan de coöperatie.
Uitkomst: Het beroep van de coöperatie tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag is ongegrond verklaard en de Staat is veroordeeld tot een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.