ECLI:NL:CBB:2025:296
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening thuisquarantaine jonge hond uit Oekraïne wegens rabiësrisico
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) nam op 25 februari 2025 een jonge hond uit Oekraïne in bewaring wegens het ontbreken van de vereiste papieren en het risico op rabiës. De hond werd gevaccineerd en in quarantaine geplaatst in een externe opvanglocatie. Verzoekster, die de hond had overgenomen, maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg om thuisquarantaine.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de hond te jong was om volgens de EU-verordeningen te zijn ingevoerd en dat de vaccinatie en titerbepaling niet voldeden aan de vereisten. Een titertest in februari 2025 was niet zinvol omdat de hond toen nog niet correct gevaccineerd kon zijn. De quarantaine in een externe opvanglocatie werd als noodzakelijk en proportioneel beschouwd ter bescherming van volks- en diergezondheid.
Thuisquarantaine werd afgewezen omdat onvoldoende gewaarborgd kon worden dat het risico op besmetting werd uitgesloten, mede door het ontbreken van controlecapaciteit bij de NVWA en de woonomstandigheden van verzoekster. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel slaagden niet, mede omdat eerdere gevallen niet vergelijkbaar waren en de tijdelijke versoepeling niet meer gold.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de hond in quarantaine op een aangewezen locatie blijft. De minister hoeft geen thuisquarantaine toe te staan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor thuisquarantaine van de hond wordt afgewezen; quarantaine blijft in externe opvanglocatie.