ECLI:NL:CBB:2025:220
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek subsidie vaste lasten financiering COVID-19
De minister heeft het herzieningsverzoek van een onderneming tegen het vaststellingsbesluit van de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021 afgewezen. De subsidie was vastgesteld op nihil omdat de onderneming niet tijdig de gevraagde omzetgegevens had verstrekt. De onderneming stelde dat sprake was van een kennelijke misslag en dat het besluit evident onredelijk was, onder meer vanwege het niet toepassen van het evenredigheidsbeginsel en schending van het motiveringsbeginsel.
Het College heeft geoordeeld dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen. De minister had meerdere keren om aanvullende omzetgegevens gevraagd, waarop de onderneming niet had gereageerd. Hierdoor was het vaststellingsbesluit niet overduidelijk onjuist en dus geen kennelijke misslag. Ook was het besluit niet evident onredelijk, aangezien de onderneming de mogelijkheid had om tijdig bezwaar te maken en dit niet heeft gedaan.
Het beroep van de onderneming op het evenredigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel faalt eveneens. Het College verwijst naar eerdere rechtspraak waarin deze uitgangspunten zijn toegelicht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard.