Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 april 2025 op het verzet van
[naam 3] ,te [woonplaats] (ondernemer)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De ondernemer heeft verzet aangetekend tegen de eerdere uitspraak van het College waarin zijn pro-forma-aanvragen voor subsidies op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL1) en de TVL voor Q4 2020 en Q2 2021 werden afgewezen.
Het verzet betrof de stelling dat de ondernemer wel contact had gehad met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) tijdens de aanvraagperioden en dat de afwijzing in strijd zou zijn met het evenredigheidsbeginsel, mede vanwege medische omstandigheden die hem belemmerden tijdig aanvragen in te dienen.
Het College stelde vast dat de ondernemer geen bewijs had geleverd van contact met RVO binnen de relevante aanvraagperioden en dat zijn ziekenhuisopname en medische rustperiode buiten deze termijnen vielen. Daarom werd geconcludeerd dat de eerdere uitspraak juist was en het verzet ongegrond verklaard.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 1 april 2025.
Uitkomst: Het verzet tegen de afwijzing van de subsidieaanvragen wordt ongegrond verklaard.