ECLI:NL:CBB:2025:206
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing herzieningsverzoek subsidie vaste lasten COVID-19
De minister van Economische Zaken stelde op 1 december 2021 de subsidie voor het eerste kwartaal van 2021 vast op €39.926,09. De onderneming diende bezwaar in tegen dit vaststellingsbesluit, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Vervolgens verzocht de onderneming om herziening van het besluit, stellende dat de omzet van de vorige eigenaar van de overgenomen onderneming niet was meegenomen, wat zij als een nieuw feit beschouwde.
De minister wees het herzieningsverzoek af omdat er geen sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Het College oordeelde dat het standpunt van de minister juist was en dat de onderneming tijdig bezwaar had moeten maken tegen het besluit. Rechtspraak van het College die leidde tot een andere interpretatie vormt geen nieuw feit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
Verder oordeelde het College dat het beroep op evident onredelijkheid niet slaagt omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die het financiële belang van de onderneming zwaarder laten wegen dan rechtszekerheid en doelmatig bestuur. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat een andere onderneming wel tijdig bezwaar maakte en daardoor in een andere situatie verkeert.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard.