ECLI:NL:CBB:2025:190
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen intrekking subsidie vaste lasten financiering COVID-19 ongegrond verklaard
De onderneming heeft verzet aangetekend tegen de uitspraak van het College van 22 oktober 2024, waarin het beroep tegen de intrekking van de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het derde kwartaal van 2021 ongegrond werd verklaard. De onderneming stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de financiële gevolgen en dat de aanvraag als fiscale eenheid correct was ingediend.
Het College heeft in de eerdere uitspraak overwogen dat de subsidie berekend wordt op basis van de omzet van de aanvragende onderneming en niet van de fiscale eenheid als geheel. De onderneming had echter de cijfers van de fiscale eenheid ingevuld, wat een fout was die zij erkende. Verder was niet aannemelijk dat een medewerker van RVO had bevestigd dat de aanvraag correct was.
Het College oordeelde dat geen sprake was van strijd met het evenredigheidsbeginsel, mede omdat de onderneming niet aan de subsidievereisten voldeed en de gemaakte fout niet zodanig schrijnend was dat de minister had moeten afwijken. Ook de stelling dat het voortbestaan van de onderneming in gevaar komt, leidt niet tot een ander oordeel. De minister bood bovendien mogelijkheden voor betalingsregelingen.
Het verzet is daarom ongegrond verklaard en de zaak is hiermee beëindigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzet tegen de intrekking van de TVL-subsidie en terugvordering is ongegrond verklaard.