Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2025 op het hoger beroep van:
[naam 1] , te [woonplaats] ( [naam 1] )
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
€ 2.500,-. Als gevolg van de overtreding was, en dat bestrijdt [naam 1] op zichzelf ook niet, namelijk sprake van ernstige gevolgen voor het dierenwelzijn.
€ 2.500,- al gematigd met 5% tot een bedrag van € 2.375,-, omdat op het moment van de uitspraak van de rechtbank de redelijke termijn met bijna zes maanden was overschreden. [naam 1] heeft het oordeel hierover van de rechtbank niet bestreden. Er vindt een matiging plaats met 5% voor ieder half jaar overschrijding. Omdat de overschrijding van de redelijke termijn binnen de overschrijding blijft waarvoor de rechtbank de boete al heeft gematigd, ziet het College geen aanleiding tot verdere matiging van het boetebedrag over te gaan.
Beslissing
mr. W.I.K. Baart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
25 maart 2025.