ECLI:NL:CBB:2025:161
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 Q1 2022 ongegrond verklaard
De onderneming heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin het beroep tegen de afwijzing van een subsidieaanvraag op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022 ongegrond werd verklaard.
De onderneming stelde dat het College in strijd met het procesrecht had gehandeld door zonder zitting uitspraak te doen, verwijzend naar het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel en relevante arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het College overwoog dat artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de mogelijkheid biedt om zonder zitting uitspraak te doen wanneer het beroep kennelijk ongegrond is.
Tijdens de zitting van 20 februari 2025 kreeg de onderneming de gelegenheid haar verzet toe te lichten. Het College oordeelde dat het recht om gehoord te worden niet absoluut vereist dat in alle gevallen een terechtzitting wordt gehouden en dat de genoemde Europese arresten hier niet aan afdoen.
Omdat de onderneming geen nieuwe gronden aanvoerde die de eerdere uitspraak zouden kunnen wijzigen, verklaarde het College het verzet ongegrond. De zaak is hiermee definitief afgesloten en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het College verklaart het verzet ongegrond en bevestigt de afwijzing van de subsidieaanvraag.