De minister van Landbouw heeft de aanvraag van [naam 1] voor rechtstreekse betalingen over 2019 afgewezen omdat zij de bedrijfscontrole door de NVWA op 16 oktober 2019 heeft verhinderd door geen inzage te geven in gevorderde administratie en bescheiden. De toezichthouders hadden inzage gevorderd in onder meer logboeken diergeneesmiddelen, veesaldokaarten, vervoersdocumenten en dierenartsvisitebrieven.
Tijdens de controle was afgesproken dat de gevorderde administratie op 30 oktober 2019 zou worden overhandigd, maar dit is niet nagekomen. [naam 1] betwistte de verhindering en stelde dat de administratie later per aangetekende post was verzonden, maar de NVWA ontving volgens haar een lege enveloppe. De minister legde ook een randvoorwaardenkorting op wegens overtredingen van dierenwelzijnsregels.
Het College oordeelde dat de minister terecht heeft vastgesteld dat de bedrijfscontrole is verhinderd en dat de afwijzing van de rechtstreekse betalingen op grond van artikel 59, lid 7, Verordening 1306/2013 dwingend was. Het College stelde vast dat [naam 1] geen belang meer had bij een oordeel over de randvoorwaardenkorting, omdat de afwijzing van de betalingen in stand bleef. Het beroep werd ongegrond verklaard.