ECLI:NL:CBB:2024:852
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvragen vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening
De onderneming heeft subsidieaanvragen ingediend voor de TVL over Q4 2020, Q1 en Q2 2021 en Q1 2022, maar deze aanvragen zijn na de daarvoor gestelde aanvraagtermijnen ingediend. De minister heeft deze aanvragen daarom afgewezen en de bezwaren ongegrond verklaard. De onderneming stelde dat het digitale aanvraagsysteem blokkeerde vanwege een inschrijfdatum in het handelsregister na de peildatum, en dat de minister haar had moeten wijzen op de mogelijkheid van schriftelijke aanvragen.
Het College oordeelt dat de minister terecht de aanvragen heeft afgewezen omdat de aanvraagtermijnen zijn verstreken en de wet- en regelgeving geen grondslag bieden om hiervan af te wijken. Het beleid van de minister om in uitzonderlijke gevallen op grond van het evenredigheidsbeginsel alsnog aanvragen toe te staan, geldt alleen bij ernstige persoonlijke omstandigheden, die hier niet zijn aangetoond.
De onderneming heeft niet tijdig contact opgenomen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld die de afwijzing onevenredig maken. Het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. De beroepen worden ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van te laat ingediende subsidieaanvragen worden ongegrond verklaard.